Van Orere Point naar Katikati, 13 t/m 16 januari
| Klimmen en dalen en dan ook nog links rijden... |
Alweer 4 dagen op weg met de camper. Na de wassen te hebben gedaan en alles georganiseerd te hebben (alles nu echt op zijn plek), de volgende dag op weg om in het wild te gaan kamperen. We wisten van vorige keer dat je op het Coromandel Penisula (schiereiland) niet overal kunt wild-kamperen, dus hebben we flink wat kilometers gereden. Met een prachtige weg langs de kust eerst zuidwaarts en toen naar het noorden het Coromandel Peninsula op.
Om daar te komen moet je over een one way bridge bij Kopu. Er kunnen maar van een kant auto’s overheen. Maar omdat het er redelijk druk was ging het met lichten en ernaast
waren ze een nieuwe brug aan het bouwen, de oude voldoet niet meer. Daarna maar eerst boodschappen gedaan omdat er na Thames alleen nog maar hele kleine plaatsen komen.
De weg naar “boven” is erg smal en zeer bochtig, Ton had er erg veel stuurwerk aan . Dan weer de bergen in om daarna weer (kort) langs het strand te rijden. Een paar keer gestopt voor de mooiste uitzichten. Er liggen voor de kust veel eilandjes en ook kon je aan de overkant de kust zien waar we een paar uur eerder zuidwaarts gereden waren.
| Prachtige wolken |
Bij Coromandel City (echt een dorp hoor) werd de weg smaller en uiteindelijk hebben we in Colville
| Dreigende bergen |
langs de kust geparkeerd, direct aan het strand. Toen we parkeerden ging het wat regenen en boven de bergen hing een erg dreigende lucht.
| Ook de inwendige mens... |
We hadden geluk, het regende maar een half uurtje. We hebben sowieso niets over het weer te klagen, van de 14 dagen hier hebben we elke dag zon en pas 2 dagen eventjes, tijdens het rijden, wat regen gehad.
| In het vrije veld |
Weer veel steile wegen en scherpe bochten. Geen 100 meter rechte weg.
In Waihi even rondgelopen.
Nanneke had op de kaart gezien dat er een goud en zilvermijn was. Je kon zo het dorp uitlopen en in de mijn kijken. Gigantisch. Vroeger was het een mijn met schachten maar er bleek zoveel goud te zijn dat ze de hele boel maar afgegraven hebben. Ook stond er nog een oud pomphuis van de vroegere mijn. Ze zijn nu ook op andere plaatsen in het dorp aan het graven want er is nog meer goud gevonden. Leuke plaats om te wonen, in tegenstelling tot Waihi Beach
| De Pipo wagen |
was met de hand gebouwd en we mochten zelfs even binnen kijken. In dat kleine ding zat werkelijk alles, keuken, douche met toilet (op het balkon)
| Aparte douche en toilet en eigen balkon. |
en 3 slaapplaatsen, er stond zelfs een potkacheltje in voor de koude nachten.
Sapphire Spring (wwar we nu staan) is niet alleen camping maar ook een stuk bush waar een aantal wandelingen door heen lopen. Een daarvan hebben we vandaag gedaan, wat best pittig was.
Op een gegeven moment moest je zelfs door een klein beekje heen en aangezien Nanneke haar teen had gestoten en niet haar wandelschoenen aankon deed ze het op haar Croqs (Le Croq Sportif). Wat op zich wel ging maar bij het beekje was het wat lastig.

De camping heeft ook een zwembad met hete bronnen en het zwemwater varieert van 28 tot 33 graden. Het klinkt allemaal erg mooi maar in de praktijk is wel erg vergane glorie allemaal.
De wc’s zijn erg armoedig en ook de douche’s zijn maar la la, maar wel een heerlijke plek om te staan dus dat nemen we maar voor lief. Bij de vorige camping werd alle afval gescheiden (tot blikjes aan toe) maar hier gebeurt dat absoluut niet. Toen ik vroeg waar we vuil water konden dumpen (van de afwas etc., de tank zat vol) zei de camping mevrouw: Och, laat maar over het gras lopen hoor, dat doet iedereen hier! Morgen gaan we verder naar Tauranga en Mount Maunganui, het gebied waar 90 procent van de Kiwi-vruchten vandaan komen. Daarna gaan we verder naar boven, de Bay of Plenty in en ergens ter hoogte van Opotiki weer “wild” te gaan staan....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten