zondag 16 januari 2011

Van Orere Point naar Katikati


Van Orere Point naar Katikati, 13 t/m 16 januari

Klimmen en dalen en dan ook nog links rijden...
Alweer 4 dagen op weg met de camper. Na de wassen te hebben gedaan en alles georganiseerd te hebben (alles nu echt op zijn plek), de volgende dag op weg om in het wild te gaan kamperen. We wisten van vorige keer dat je op het Coromandel Penisula (schiereiland) niet overal kunt wild-kamperen, dus hebben we flink wat kilometers gereden. Met een prachtige weg langs de kust eerst zuidwaarts en toen naar het noorden het Coromandel Peninsula op.
Om daar te komen moet je over een one way bridge bij Kopu. Er kunnen maar van een kant auto’s overheen. Maar omdat het er redelijk druk was ging het met lichten en ernaast
 waren ze een nieuwe brug aan het bouwen, de oude voldoet niet meer. Daarna maar eerst boodschappen gedaan omdat er na Thames alleen nog maar hele kleine plaatsen komen.
De weg naar “boven” is erg smal en zeer bochtig, Ton had er erg veel stuurwerk aan . Dan weer de bergen in om daarna weer (kort) langs het strand te rijden. Een paar keer gestopt voor de mooiste uitzichten. Er liggen voor de kust veel eilandjes en ook kon je aan de overkant de kust zien waar we een paar uur eerder zuidwaarts gereden waren. 

Prachtige wolken
Bij Coromandel City (echt een dorp hoor) werd de weg smaller en uiteindelijk hebben we in Colville
Dreigende bergen
langs de kust geparkeerd, direct aan het strand. Toen we parkeerden ging het wat regenen en boven de bergen hing een erg dreigende lucht.
Ook de inwendige mens...
We hadden geluk, het regende maar een half uurtje. We hebben sowieso niets over het weer te klagen, van de 14 dagen hier hebben we elke dag zon en pas 2 dagen eventjes, tijdens het rijden, wat regen gehad.
In het vrije veld
Op het strand van Colville nog even de benen gestrekt en erg mooie schelpen gevonden.
Lekker eten gekookt en geskypt met Edwin (op zijn werk) en de volgende ochten met Ton’s moeder in Tilburg. Zo vreemd dat je elkaar kunt zien vanaf een plek in de wildernis zo naar de andere kant van de wereld. De verbinding was erg goed. Heerlijk geslapen en de vrijdagochtend de 14e vertrokken naar het zuiden, nog even bij het dorpstoilet gestopt (ieder dorp heeft een openbaar toilet mét toiletpapier en is over het algemeen erg schoon). Dit toilet was een erg mooie met mozaiek muren waarop, in Maori, Tane (man) en Tahine (vrouw) stond. Vervolgens de bergketen dwars overgestoken en aan de andere kant van het schiereiland weer naar het zuiden afgedaald.
Weer veel steile wegen en scherpe bochten. Geen 100 meter rechte weg.


In Waihi even rondgelopen. Nanneke had op de kaart gezien dat er een goud en zilvermijn was. Je kon zo het dorp uitlopen en in de mijn kijken. Gigantisch. Vroeger was het een mijn met schachten maar er bleek zoveel goud te zijn dat ze de hele boel maar afgegraven hebben. Ook stond er nog een oud pomphuis van de vroegere mijn. Ze zijn nu ook op andere plaatsen in het dorp aan het graven want er is nog meer goud gevonden. Leuke plaats om te wonen, in tegenstelling tot Waihi Beach


Langs deze kust is het erg mooi, maar op sommige plekken is het best wel erg druk en vol. Dit is echt de kust waar de Nieuw-Zeelander zelf ook graag op vakantie gaat en waar ook veel gesurft wordt. Het plan was eigenlijk om in Waihi beach te gaan staan, maar daar stond je zo op elkaar dat we daar geen zin in hadden en nog wat door gereden zijn. We zijn nu in Katikati. Dit gebied is bekend om fruitteelt en groente. Hele hoge heggen (wel 8-10 meter hoog) houden de gewassen uit de wind. We staan op een camping van 78.000 vierkante meter waar je wél de ruimte hebt. Prachtige maar ook minder mooie bouwsels als camper/caravan mogen bewonderen. De Pipo camper
De Pipo wagen
was met de hand gebouwd en we mochten zelfs even binnen kijken. In dat kleine ding zat werkelijk alles, keuken, douche met toilet (op het balkon)
Aparte douche en toilet en eigen balkon.
en 3 slaapplaatsen, er stond zelfs een potkacheltje in voor de koude nachten.
Sapphire Spring (wwar we nu staan) is niet alleen camping maar ook een stuk bush waar een aantal wandelingen door heen lopen. Een daarvan hebben we vandaag gedaan, wat best pittig was. Op een gegeven moment moest je zelfs door een klein beekje heen en aangezien Nanneke haar teen had gestoten en niet haar wandelschoenen aankon deed ze het op haar Croqs (Le Croq Sportif). Wat op zich wel ging maar bij het beekje was het wat lastig. De camping heeft ook een zwembad met hete bronnen en het zwemwater varieert van 28 tot 33 graden. Het klinkt allemaal erg mooi maar in de praktijk is wel erg vergane glorie allemaal. De wc’s zijn erg armoedig en ook de douche’s zijn maar la la, maar wel een heerlijke plek om te staan dus dat nemen we maar voor lief. Bij de vorige camping werd alle afval gescheiden (tot blikjes aan toe) maar hier gebeurt dat absoluut niet. Toen ik vroeg waar we vuil water konden dumpen (van de afwas etc.,  de tank zat vol) zei de camping mevrouw: Och, laat maar over het gras lopen hoor, dat doet iedereen hier!  Morgen gaan we verder naar Tauranga en Mount Maunganui, het gebied waar 90 procent van de Kiwi-vruchten vandaan komen. Daarna gaan we verder naar boven, de Bay of Plenty in en ergens ter hoogte van Opotiki weer “wild” te gaan staan....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten